5: Een bromfiets moest worden opgevoerd

Het gesleutel aan mijn bromfiets hield niet op. Ik verving alle oude onderdelen voor andere oude onderdelen maar dat maakte mij niet uit. Ik was mijn mobylette ook flink aan het opvoeren, zonder dat mijn ouders dat wisten. Mijn Mobylette moest soepeler rijden maakte ik mijn moeder wijs. 

Deel 4: [intlink id=”1844″ type=”post”]sleutelen was noodzaak[/intlink]

Van opvoeren begreep ik weinig

Met de geveerde voorvork reed mijn bromfiets beter maar nog lang niet perfect natuurlijk. Ik wilde nog van alles aan mijn geliefde stalen ros “verbeteren” maar dat kostte geld.

Het deed er niet toe, ik had nu eindelijk een geveerde voorvork op mijn driekleurige gedrocht en dit was nog maar het begin.

Ik ging steeds meer bij de “harde” Mobylette kern horen want daar ging het stiekem ook om. Cool zijn met een mooie bromfiets aan je zijde die lekker hard reed.

En je was pas cool als je met een ongeïnteresseerde blik met je bromfiets aan de hand over het schoolplein liep. Zo van, wat nou mooie bromfiets maar ondertussen voelde je je geweldig.

Overigens was het met sleutelen ook altijd zo dat ik allerlei bouten en moeren overhield.

Die ” restanten’  bewaarde ik dan ergens in een glazen jampot. Bij een volgende sleutelpartij had ik dan altijd wat bouten en moeten over.

opvoeren

Het gereedschap van mijn vaders stelde niet veel voor

Een valhelm was niet cool

Als er dan ergens onder het rijden een onderdeel van mijn bromfiets afviel wist ik weer waarom ik steeds bouten en moeren overhield.

Zonder dat ze het wisten was de nachtmerrie van mijn ouders compleet. En natuurlijk wisten ze de helft van hun eigen nachtmerrie nog niet. 

Een bromfiets die toch een respectabele snelheid van rond de 50km/uur haalde was al erg genoeg. Het was ook de tijd dat valhelmen voor bromfietsers nog niet verplicht was.

Rijbewijzen, zoals het rijbewijs bromfiets klasse a, was er ook nog niet dus ik kon lekker mijn gang gaan.

Mijn moeder zeurde constant over die valhelm maar ik hield stand. Een valhelm op een bromfiets was niet cool dus droeg je er geen.

Mijn eigen gereedschap

Na 4 jaar op de LTS te hebben gezeten vond ik dat ik genoeg geleerd had en wilde ik gaan werken. Ik had genoeg van de verschillende baantjes waar ik amper iets mee verdiende en wilde een echt salaris hebben.

Ik vond een baan als timmerman bij een aannemersbedrijf en ging mijn eigen geld verdienen.

Ik was niet meer afhankelijk van het zakgeld dat ik van mijn ouders kreeg en hoefde dus ook geen verantwoording over mijn uitgaven af te leggen.

In het begin ging het meeste geld op aan mijn bromfiets, ik was net 17 geworden en mijn stalen ros  was het belangrijkste in mijn leven.

Voor het geld dat ik verdiende kocht ik mijn eigen gereedschap wat voor mijn vader een hele opluchting was.

opvoeren

Een valhelm op een bromfiets was niet cool

 Opvoeren hoorde er bij.

Ik had nu geld om echte onderdelen te kopen en om mijn ros te verfraaien en dat deed ik dan ook.

De bromfiets werd blauw gespoten met zwarte spatborden en tank, (geld voor chroom had ik niet) ik vond het een plaatje om te zien.

Echter hoe mooi de bromfiets ook was, snelheid zat er nog steeds niet in en daar moest iets aan veranderen.

En zo begon ik stiekem, mijn ouders mochten het niet weten, met het opvoeren van mijn bromfiets.

De Mobylette was een tweetakt bromfietsje en tweetakt was makkelijk opvoeren.

Een nieuwe brommer was te duur

het was In ieder geval makkelijker dan een[intlink id=”217″ type=”post”] 4-Takt opvoeren[/intlink]

De resultaten waren in het begin niet echt om over naar huis te schrijven, ik snapte namelijk niet veel van het opvoeren van bromfietsen en ik deed maar wat.

Ik was alleen maar met tweede hands bromfietsen bezig want nieuw was natuurlijk veel te duur.

Ik begon met het monteren van grotere carburateurs en ging vijlen aan de in en uitlaat van de cilinder.

Dat vijlen deed ik met een gewone ijzervijl terwijl de cilinder van mijn bromfiets van staal was.

Er werd veel aan mijn bromfiets gevijld.

Echt opschieten deed ik dus niet maar ik had het idee dat ik flink aan de weg timmerde. Van vrienden die ook met bromfietsen bezig waren kocht ik grotere carburateurs en andere onderdelen.

De meeste van die carburateurs hoorde en past niet op mijn bromfiets. Meestal lukte het me met flink improviseren om toch die ene carburateur op mijn bromfiets te monteren.

Mijn bromfiets moest de snelste van de buurt worden. Na een flinke tijd sleutelen, vijlen, carburateurs en uitlaten passen had ik naar mijn idee heel wat bereikt.

Het tweetakt gejank was hemeltergend

Maar het resultaat was teleurstellend, de Mobylette was nog nauwelijks sneller geworden. Mijn monster maakte wel flink wat lawaai.

Als ik op “topsnelheid” deur een drukke winkelstraat scheurde zag ik het winkelend publiek vaak naar de oren grijpen. Het tweetakt gejank was werkelijk hemeltergend maar het deerde mij niet.

Het ging om snelheid en geluid want ook het geluid hoorde bij mijn persoonlijke coolheid.

Ik gaf het echter niet op en had ondertussen de steun van meer vrienden uit de buurt die ook bezig waren met het opvoeren van hun brommers.

Ik maakte mijn ouders maar wat wijs.

Ik deelde in de kennis die er in mijn vriendenkring rondwaarde over het opvoeren van brommers en probeerde van alles uit.

Zo haalde ik veel demping uit mijn uitlaat om te zorgen dat de bromfiets beter kon “ademen”.

Het resultaat was dat er nauwelijks meer snelheid te bemerken was. Het lawaai was echter verder toegenomen. Ik creëerde de hel op aarde met mijn tweetakt monster.

Ik paste verschillende maten carburateurs en vijlde dat het een lieve lust was aan inlaat en uitlaatpoort.

Tegenover mijn moeder hield ik vol dat ik mijn bromfiets niet aan het opvoeren was, “ik wil dat hij soepeler rijdt” zo stelde ik mijn moeder gerust.

Want opvoeren mocht niet, zo wisten mijn ouders mij te vertellen en dus deed ik dat niet, dachten mijn ouders.

Opmerkingen

comments